Annette Drop

Lactatiekundige IBCLC, draagdoekconsulent

Ik ben getrouwd en heb drie kinderen. Ik help moeders met borstvoeding en in 2010 haalde ik mijn officiële diploma Lactatiekunde en het internationaal examen voor Lactatiekundige IBCLC. Ik ben voorzitter van de Stichting Beroepsopleiding Lactatiekunde en geef trainingen, workshops en cursussen over borstvoeding. Je kunt bij mij terecht voor individueel advies, maar ook in groepsverband. In 2010 richtte ik mijn eigen praktijk op, Aidulac. Zo geef ik informatie en advies aan (aanstaande) ouders die hulp nodig hebben bij borstvoeding. Met deze hulp kan een moeder namelijk met meer plezier langer borstvoeding geven. Naast voorlichting aan (aanstaande) ouders verzorg ik als lactatiekundige onderwijs voor zorgverleners. En dit verbetert begeleiding bij borstvoeding in bredere zin. Aan mijn praktijk gekoppeld heb ik een (online) borstvoedingswinkel. En tot slot kun je bij mij terecht voor (het lenen van) draagdoeken. Sinds 2011 ben ik namelijk ook draagdoekconsulent.

Voor meer informatie www.aidulac.nl en te volgen op Twitter.

Veelgestelde vragen over borstvoeding:

Wat is de beste voorbereiding op het geven van borstvoeding?

Je informeren en kennis op doen is een prima manier om je voor te bereiden op het geven van borstvoeding. Meer hoef je eigenlijk niet te doen. Je kunt bijvoorbeeld een borstvoedingscursus volgen of boeken of websites over borstvoeding lezen. Oefeningen met je tepels doen of tepels harden is niet nodig om pijnlijke tepels of kloven te voorkomen. De enige manier om dat uiteindelijk tegen te gaan, is goed aanleggen. Dus hoe beter je bent voorbereid op het geven van borstvoeding, hoe groter de kans is dat je slaagt in het geven ervan. Overigens kun je zonder voorbereiding ook prima borstvoeding geven! Heb vertrouwen in jezelf, wat je lichaam kan en in je baby.

Waar let ik op bij goed aanleggen?

Ruim achter de tepelhof hou je met je hand je borst vast. Eventueel til je je borst iets op zodat je tepel richting het neusje wijst. Als je baby zijn mondje opent, zal zijn hoofdje wat naar achteren gaan. Hiervoor heeft hij ruimte nodig. Geef je baby de tijd om zijn mondje, als een gaap, wijd te openen voor je hem naar de borst brengt. In alle gevallen ligt je baby met zijn buikje naar jouw buik gedraaid. Dit kan in een liggende of zittende positie. Als je baby goed is aangelegd zal hij een groot deel van je tepel en tepelhof in zijn mondje nemen. Zijn lijfje ligt in een rechte lijn en hij hoeft zijn hoofdje niet te draaien om bij de borst te kunnen. Meestal laat je baby zelf los als hij voldoende heeft gedronken. Anders kun je het vacuüm verbreken door je pink in de mondhoek van de baby te steken.

Hoe zie je dat je baby honger heeft?

Baby’s geven op verschillende manieren aan of ze willen drinken. Het begint met subtiele signalen. Wanneer je niet reageert zal de baby steeds duidelijker gaan communiceren: denk aan zuigbeweging met de lipjes, sabbelen op vingers, maaien met de armpjes, trappelen met de beentjes, handjes naar het gezicht brengen, hoofdje draaien of smakgeluidjes maken. Bij al deze signalen kun je je baby direct aanleggen. Probeer bij vroege hongersignalen de borst aan te bieden. In de eerste dagen komt dat neer op voeden tijdens ieder wakker moment van je baby. Als je wacht met voeden tot je baby huilt, zal het lastiger zijn om hem aan te leggen. Als je baby erg slaperig is, kun je hem wekken uit ondiepe slaap, wat je herkent aan oogbewegingen onder de oogleden en bewegingen in de slaap. Door je baby (huid op huid) dicht bij je te houden, kun je zijn signalen eerder en makkelijker herkennen.